DE REGELS DIE GELDEN BIJ HET MAKEN VAN EEN THEMAVERSLAG BIJ DE VAKKEN BIOLOGIE EN VERZORGING.

Wat zijn thema's ?

De leerboeken, Biologie voor jou en Verzorging voor jou, zijn opgebouwd uit thema's. Ieder thema behandelt een bepaald onderwerp van de biologie of van verzorging. Zo wordt er bij het vak biologie, in de brugklas, in thema 1 beschreven wat je in de biologie gaat doen.

 

Hoe is een thema opgebouwd?

Eerst is er de basisstof met tekst en opdrachten. Deze opdrachten moeten meestal door alle leerlingen gemaakt worden. Na de basisstof volgt een samenvatting van de theorie van de basisstof. Daarna volgt de diagtnostische toets, die bedoeld is om jezelf te toetsen of je de leerstof beheerst. Uiteindelijk is er de verrijkingsstof, waarvan sommige onderwerpen verplicht zijn.

 

Hoe ga je te werk bijj het maken van een themaverslag?

Ieder thema bevat opdrachten. Deze bevinden zich in de basisstof, de diagnostische toets en de verrijkingsstof Deze opdrachten dienen beantwoord te worden op A4 papier in een multomap. Bij sommige opdrachten moet je een knipbladenboek gebruiken. Tijdens het werken aan een thema en aan het eind van een thema verwerk je de opdrachten tot een themaverslag.

 

Hoe is een themaverslag opgebouwd?

Een themaverslag is opgebouwd uit drie delen;

1) een titelblad

2) een inhoudsopgave

3) opdrachten van basisstof, diagnostische toets en verrijkingsstof

De opdrachten zijn tijdens de les gemaakt. Als je netjes werkt dan is hiermee het grootste deel van het themaverslag klaar.

 

Hoe ga je te werk bij het beantwoorden van de opdrachten?

Een thema start je met het noteren van het basisstof-deel (basisstof 1) en de titel van de basistof (b.v. levend-dood-levenloos). Na het lezen ( bestuderen ) van de tekst mag je de antwoorden van de opdrachten, behorende bij basisstof 1, noteren.

Houd de volgende regels aan:

1) tussen de verschillende opdrachten sla je een regel over.

2) noteer alle basisstof-delen met titels.

3) moeilijke opdrachten noteer je met potlood, zodat je bij het nakijken makkelijk kunt verbeteren.

4) beantwoord de opdrachten met een blauwe of zwarte pen en werk netjes.

5) verbeteringen aanbrengen met rood potlood, zodat je later bij het leren kunt herkennen welke opdrachten je      moeilijk vond.

6) trek lijnen met een potlood en gebruik een lineaal.

          7) maak tekeningen met potlood

 

 

Hoe ga je te werk bij het maken van een titelblad en een inhoudsopgave?

In het titelblad staat de titel, de naam en klas van de leerling en een versiersel (tekening of knipselplaatje).

Een inhoudsopgave is nodig om na te kunnen gaan wat waar staat.

Een voorbeeld is weergegeven op de volgende blz.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

INHOUDSOPGAVE

THEMA 1 WAT DOE JE IN DE BIOLOGIE?                                                                

Basisstof nummer en titel Opdrachtnummers Bladzijde(n)
Basisstof 1. Levend-dood-levenloos    Opdrachten 1 en 2      1
Basisstof 2. Levensverschijnselen  Opdrachten 3 en 4 2
Basisstof 3. Organen en cellen          Opdrachten 5 t/m 7 3
Basisstof 4. Hoe werk je in de biologie?

 

Opdrachten 9 t/m 12

Opdrachten 8 t/m 10

5

6

Basisstof 5. De onderdelen van een microscoop  Opdrachten 13 t/m 15 6
Basisstof 6. Het werken met een microscoop Opdrachten 16 t/m 19 7
Basisstof 7. Het uitvoeren van proeven                   Opdrachten 20 t/m 23   8
Diagnostische toets 9