handvaardigheid

 
   
Handvaardigheid

In de onderbouw heb je 1 uur per week kennis kunnen maken met de basistechnieken- en materialen die worden toegepast bij het plastisch en ruimtelijk vormgeven bij het vak Handvaardigheid (of 'handarbeid').

Wanneer je voor dit vak kiest in de bovenbouw krijg je te maken met een praktisch gedeelte en een theoretisch gedeelte.
Voor havo 4 en 5 staan in totaal 360 studielesuren voor handvaardigheid en voor vwo 5 en 6 zijn dit in totaal 480 studielesuren. 
2/3 van deze uren besteedt je aan het maken van werkstukken (praktijk) en 1/3 is gereserveerd voor kunstgeschiedenis en kunstbeschouwing (theorie). 

Praktijk

Tijdens de praktijk-uren werk je aan je eigen werkstukken. Dit gebeurt door onderzoeken, experimenteren, ontwerpen, vormgeven en het uitvoeren van een opdracht naar waarneming of naar voorstelling.
Daarbij kies je in overleg met je docent voor een bepaald materiaal: hout, metaal, kunststof, klei, was etc.
Je leert ook een werkpresentatie maken (het exposeren van je werkstukken) en er wordt aandacht besteed aan het illustreren van het werkproces.

Voor het Centraal Praktijk Examen wordt ieder jaar een aantal thema's/onderwerpen vastgesteld waaruit je er een kiest voor de door jou te vervaardigen werkstukken.

Voor het praktisch gedeelte moet je rekenen op gemiddeld 2 uur huiswerk per week, b.v. voor het maken van schetsen of een werkpresentatie, of het afwerken van je werkstukken.


Theorie

Het theoretisch gedeelte bestaat uit kunstgeschiedenis en kunstbeschouwing (1 lesuur per week).
Tijdens deze lessen bekijken en bespreken we de architectuur, schilderkunst, beeldhouwkunst en toegepaste kunst in (west-) Europa vanaf de Oudheid tot heden.
Voor het Centraal schriftelijk examen moet je een beeld, een schilderij of een gebouw kunnen gaan plaatsen in de tijd.
Ook zul je te maken krijgen met hoe en waarom beeldende kunstwerken tot stand zijn gekomen. Waarom heeft de kunstenaar het op deze manier vorm gegeven? Waarom heeft hij het gemaakt?
We zullen minimaal 1 keer met de groep een museum voor beeldende kunst bezoeken.

Je kunt rekenen op een half uur thuisstudie per week voor het theoretisch gedeelte.
Daarnaast zul je soms een opdracht alleen of in groepjes moeten maken, b.v. een werkstuk schrijven over een beeldhouwer of kunststroming.

Uitgebreidere informatie bij de docenten M. de Vree en S. Winder (lokaal A013 en A017)