Werkmethode Biologie / Verzorging in de onderbouw

A. Wat heb je nodig ?

- Boek Ún knipbladenboek;

- Schaar(tje);

- Plakstift;

- Kleurpotloden;

- Pen ( twee kleuren ) potlood en gum;

- Geodriehoek;

- A 4 -map met gewoon lijntjespapier.

 

B. Waar moet je aan denken ?

- De bovengenoemde spullen heb je bij je;

- Het thema waar je mee bezig bent heb je altijd compleet bij je in een A 4 map;

- Bij het maken van een thema is de informatie over - "Hoe maak ik een thema ?"- belangrijk. Lees dit
  aparte informatieblaadje goed door;

- Als een video vertoond wordt of als je een computerprogramma uitvoert, moet daarvan iets in het
   themawerkstuk terug te vinden zijn.

 

C. Wat is belangrijk bij het leren van een SO ( schriftelijke overhoring ) of een PW ( proefwerk ) ?

- Lees de tekst nog eens door;

- Bestudeer hierbij ook goed de plaatjes;

- Beantwoord voor jezelf een paar vragen uit het boek die bij de tekst horen;

- Controleer het antwoord met behulp van je thema, 
  vooral die vragen die je met een andere kleur hebt ingevuld;

- Leer de samenvatting over het gedeelte waar het SO / PW over gaat;

- Maak de D-toets nog eens ( vooral die onderdelen die je met een andere kleur hebt ingevuld). 

- Begin op tijd ! ( niet alles op de laatste dag )

 

D. Hoe zwaar tellen de cijfers ?

- Proefwerk (PW) 3x,  soms 2x

- Schriftelijke Overhoring (SO) 1x

- Thema-Werkstuk (Themaverslag) 1x